De mannen voeren uit, de vrouwen bleven met de netten. We zaten met z’n allen aan de Visbanken, de handen vlogen, en er werd gepraat en gezongen tot de zon onderging.
Het was zwaar werk en slecht betaald, maar het was ook van ons. Onze eigen plek, onze eigen verhalen. Als er een schip te laat was, wisten wij het als eersten.
Onze handen kenden het touw beter dan ons gezicht. Boeten deed je op de tast.Trijntje Kok, nettenboetster