Bunkers in het duin
Als dwangarbeider stortte Cor de Wit beton voor de kustverdediging. Zestig jaar later loopt hij er met zijn kleinkinderen overheen.
Het archief
Honderdachtentwintig opnames, en elke week komen er bij. Zoek op het thema dat je raakt of op het decennium dat je zocht.
12 verhalen
Als dwangarbeider stortte Cor de Wit beton voor de kustverdediging. Zestig jaar later loopt hij er met zijn kleinkinderen overheen.
In de strenge winter reed half Den Helder over het kanaal naar Alkmaar. Gerrit viel door het ijs bij de Koopvaardersschutsluis, en lachte.
Wim verruilde de sanering van de binnenstad voor een nieuwbouwflat met warm water en uitzicht. Het wende, langzaam.
Greet was tien toen in 1943 de hele binnenstad moest evacueren voor de Atlantikwall. Eén dag om een leven in een handkar te laden.
Als jonge seiner leerde Jan Verhoeff met lampen en vlaggen praten over het water. Zijn eerste bericht: een verkeerd gespelde scheepsnaam.
Trijntje Kok boette netten aan de Visbanken, tussen de andere vrouwen. “Onze handen kenden het touw beter dan ons gezicht.”
Bep zwaaide haar man uit toen zijn kruiser voor maanden uitvoer. De kade vol, de kapel speelde, en toen was het stil.
Vuurtorenwachter Dirk Rab over 88 gietijzeren treden, mist die dagen bleef hangen, en het schip dat hij nooit zag terugkeren.
Annie over de zaterdagavonden in Tivoli: de band, de matrozen op verlof en de laatste bus die niemand wilde halen.
Machinist Piet Kuiper over de nachtploeg, het gieten van scheepsschroeven en de stoomfluit die om vier uur de wijk wekte.
Ria maakte het einde mee van de rijkswerf als marinebedrijf. “De laatste vrijdag klonk de fluit één keer te lang.”
Schipper Klaas Bruin haalt de laatste grote vangst op, vlak voordat de vloot naar IJmuiden verkaste. “De zee gaf, en de zee nam.”