Om tien voor tien fietste je de poort door, langs de portier die iedereen bij naam kende. Binnen rook het naar olie en gloeiend metaal. De nachtploeg was klein, maar we hielden de hele werf draaiende.
Het gieten van een scheepsschroef, dat was een ceremonie. Iedereen stil, de meester-gieter voorop. Eén fout en je begon overnieuw. Ik heb er nachten van wakker gelegen, en nachten van gedroomd.
De fluit van vier uur, daar zette de halve stad de wekker op. Wij hoorden hem van binnenuit.Piet Kuiper, machinist